Werking van het hart

Om te leven hebben het lichaam en zijn organen energie nodig. Deze energie ontstaat door de verbranding van voedsel dat langs de darm wordt opgenomen. De bloedvaten van het spijsverteringsstelsel brengen de voedzame bestanddelen uit de voeding aan en brengen de afvalstoffen naar de lever voor afbraak. Vervolgens filtert en zuivert de nier het bloed.

De bloedsomloop zorgt ervoor dat het bloed overal in het lichaam voedsel en zuurstof (O2) kan aanbrengen en afvalstoffen en verbrandingsgassen (koolstofdioxide of CO2) kan afvoeren.

Het bloed wordt rondgestuurd door de hartpomp, een krachtige holle spier die gemiddeld 70 keer per minuut samentrekt. De pomp bestaat uit twee delen die tegelijkertijd werken: het rechterhart voor de kleine bloedsomloop, het linkerhart voor de grote bloedsomloop.

De grote holle aders brengen zuurstofarm bloed naar de rechter hartboezem die het doorstuurt naar de rechterkamer. De rechterkamer pompt via de longslagader het zuurstofarm bloed in de kleine bloedsomloop naar de long waar de gaswisseling gebeurt. Koolzuurgas wordt afgegeven en zuurstof opgenomen. Het zuurstofrijk bloed keert via de longaders terug naar de linkerboezem die het doorstuurt naar de linkerkamer. De linkerkamer pompt via de aorta (grote lichaamsslagader) het bloed in de grote bloedsomloop die het bloed in alle weefsels (organen, spieren) van het lichaam brengt. De weefsels nemen zuurstof op en geven koolzuurgas af. Het zuurstofarm bloed keert terug via de aders die uitmonden in de twee holle aders die het bloed naar het rechterhart brengen.

Zoals alle weefsels heeft het hart bloed nodig dat voedingsstoffen en zuurstof aanbrengt om te kunnen werken.

De kransslagaders of coronaire arteriën ontspringen aan het begin van de aorta (grote lichaamsslagader) en liggen als een kroon om het hart. Er zijn drie hoofdvaten met talrijke vertakkingen die de hartspier volledig bevoorraden:

  • De rechterslagader (de rechter coronaire arterie of RCA) ligt tussen de rechterboezem en de rechterkamer
  • De linkerslagader (de linker coronaire arterie of LCA) die zich vertakt in:
    • een vat dat loopt tussen de linker- en rechterkamer (de linker anterior descendent of LAD)
    • een vat dat om het hart draait tussen linkerboezem en linkerkamer (de linker circumflex of LCX)

Een grote ader brengt het bloed direct terug in de rechterboezem.

De kransslagaders hebben een wisselende doormeter. Ze kunnen uitzetten (bijv. bij inspanning of door geneesmiddelen) of vernauwen door samentrekking van de vaatwand (bijv. bij koude of bij coronaire spasmen).

Opdat we een gezond leven zou kunnen leiden, moet dit hele stelsel uiteraard goed werken. Op vele plaatsen in het lichaam kan er echter iets misgaan. Geen wonder dus dat hart- en vaatziekten zich op een erg verscheiden manier kunnen uiten.